Essay NSOB: het ‘verantwoordingslandschap’ voor woningcorporaties

12-10-2018

Op verzoek van SVWN heeft prof. dr. Martijn van der Steen met enkele collega’s een essay geschreven waarin hij reflecteert op het instrument van maatschappelijke visitatie van woningcorporaties. Vertrekkend vanuit de kennis over ‘public value’ reikt hij een denkkader aan dat betekenis heeft voor de inrichting van het gehele bouwwerk van sturing en verantwoording van woningcorporaties. Daarmee is het essay ook van belang voor de evaluatie van de Woningwet. De aanleiding voor het essay ligt bij de breed gewaardeerde inleiding die Van der Steen hield tijdens het SVWN-symposium in september 2017.

Onder de titel ‘Het waarderen van wonen’ buigen Van der Steen c.s. zich over de lastige vraag wat de maatschappelijke waarde van een corporatie nu eigenlijk is, wie dat bepaalt en hoe je die kunt meten. Die vraag raakt de kern en het bestaansrecht van de corporatie. Al gauw blijkt dat hierop geen eenvoudige en eenduidige antwoorden te geven zijn. Het maakt nogal uit aan wie je het vraagt en vanuit welk perspectief. Er bestaan zeker vier verschillende perspectieven op hoe die maatschappelijke waarde tot stand komt en hoe je daarop kunt sturen. Dat kan op een klassieke manier via wet- en regelgeving, op een bedrijfsmatige manier van prestatiesturing en benchmarking (‘New Public Management’), via samenwerking in (lokale) netwerken of door initiatieven van bewoners te omarmen en te stimuleren. Achter die perspectieven gaan verschillende waarden schuil. Van der Steen laat zien dat het niet om het ene of het andere perspectief gaat, maar om én-én. Bij de vormgeving van toezicht en verantwoording is het belangrijk dat die verschillende aspecten gezien worden. Niet door alles bij één toezichthouder onder te brengen, maar door toezicht en verantwoording meervoudig te organiseren. Vanuit de eerste twee perspectieven is bovendien een wat strenge rol als ‘principaal’ passend (houd je je aan de wet, kom je prestatieafspraken na?), vanuit een blik op samenwerking in het netwerk en op de leefwereld van bewoners is een coachende rol van ‘steward’ meer geschikt. De kunst en opgave is om het verantwoordingslandschap voor woningcorporaties zó vorm te geven, dat aan al deze perspectieven recht wordt gedaan. Doe je dat niet, dan blijven belangrijke onderdelen van de maatschappelijke waarde van corporaties buiten beeld.

Van der Steen en zijn co-auteurs schetsen hoe dit vertaald zou kunnen worden naar een verdere taakverdeling tussen het verticale toezicht door Aw en WSW, de lokale cylus rond woonvisie en prestatie-afspraken, en de maatschappelijke visitaties. Zij geven het advies om visitaties nog meer te richten op de maatschappelijke waarde, vanuit een stewardship-rol, vooral gericht op leren en verbeteren.

Met deze invalshoek is het essay ook van belang voor de evaluatie van de Woningwet, waarin de vormgeving van het toezicht, maar ook het functioneren van de lokale driehoek (corporatie, huurders, gemeente) en de visitatie essentiële onderwerpen zijn.


Terug naar overzicht